Opzet klinische biobank

Gezamenlijke verantwoordelijkheid consortium en landelijke platforms Parelsnoer (IT-/dataplatform en biobankplatform)

Stappenplan ter voorbereiding op de toetsingsprocedure

  • Een consortium wil gebruikmaken van de infrastructuur van Parelsnoer en neemt contact op met de UMC-coördinator van het beoogde coördinerend UMC.
  • De UMC-coördinator voert een oriënterend gesprek met het consortium en geeft de mogelijkheden en kaders voor het opzetten van een klinische biobank binnen Parelsnoer aan.
    De wensen van het consortium worden geïnventariseerd.
  • De UMC-coördinator van het coördinerend UMC informeert de voorzitter van het IT-/dataplatform en de voorzitter van het biobankplatform (landelijke platforms Parelsnoer), zodat genoemde voorzitters de coördinatoren van de landelijke platforms over het nieuwe initiatief kunnen informeren.
  • Na instemming van de landelijke platforms gaat het consortium in het coördinerend UMC aan de slag met de voorbereidingen voor het opzetten van de klinische biobank.
  • Het consortium wijst een landelijke coördinator en manager in het coördinerend UMC aan en vraagt hiervoor toestemming aan de verantwoordelijke in het betreffende UMC.
  • De landelijke coördinator en manager zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing en communicatie binnen het consortium.
  • Voor de werkzaamheden ten aanzien van de klinische data, lichaamsmaterialen en beeldmateriaal (indien van toepassing) neemt het consortium contact op met de IT-coördinator en Biobankcoördinator van het coördinerend UMC.
  • Het consortium stelt een PSI reglement voor klinische biobanken (voorheen handleiding Parelreglement) én een document inzake het informeren van de patiënt op. U kunt voor het juridisch/ethisch gedeelte advies inwinnen binnen uw eigen UMC. Indien u niet weet tot wie u zich het beste kunt wenden, kunt u contact opnemen met de UMC-coördinator.
  • Zodra genoemde documenten binnen het consortium zijn afgestemd, worden de documenten bij de UMC-coördinator van het coördinerend UMC ingediend.
  • De UMC-coördinator van het coördinerend UMC verzoekt de UMC-coördinatoren van de overige deelnemende UMC’s de lokale uitvoerbaarheid na te gaan. Hierbij worden ook de IT-coördinatoren en Biobankcoördinatoren van de deelnemende UMC’s betrokken.
  • Het consortium wordt uitgenodigd om de plannen in het coördinatorenoverleg (UMC-, IT- en Biobankcoördinatoren) te presenteren.
  • Na akkoord landelijke platforms Parelsnoer kan de toetsingsprocedure bij de Biobank Toetsingscommissie (BTC)/Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC) in het coördinerend UMC van start gaan.